Pa Faber kon het altijd op zo’n terloopse manier vragen dat je er steeds weer in stonk.
“Hai Lex, stoor ik, nee toch, nou we moeten wat improviseren dus kun jij misschien eventjes.....”
Het is de vrijdag voor de wedstrijd. De chaos heeft zijn hoogtepunt bereikt en de hele organisatie staat onder een uitzinnige druk. Juist dan treden dit soort complicaties op: Een official van IJsland is nog niet binnen. Paniek in de tent.
Pa Faber aan de lijn; Hij dringt aan.
“Lex, wil je Gunnar even ophalen?”
“Nou, liever niet want ik zit net de startlijsten te maken.”
“Oh ja…. Nou, laat dat dan maar door een ander doen en haal hem op”
“Oké, waar logeert ’ie?”
“Nou, eh…….eigenlijk logeert hij nog nergens. Hij komt over twee uur aan op Schiphol en daarna moet ie naar hotel Berg en Bosch.”
“Ai, dan zou ik al een uur onderweg moeten zijn”.
“Ja, dat klopt. Rij je wel voorzichtig?”
Gelukkig heeft het vliegtuig uit IJsland ook vertraging. Onze official komt letterlijk van de vliegtuigtrap omlaag rollen, dronken als een tor. In die tijd was op IJsland sterke drank een staatsmonopolie en dus waanzinnig duur. Dat probleem werd al te vaak opgelost door zelf te stoken. Dat spul heet “de zwarte dood” en het deed zijn naam eer aan. Tegelijkertijd was van de IJslanders ook bekend dat ze niet alleen harde werkers waren (zijn) maar ook stevig drinkers. Dus als hij de kans kreeg om een in zijn beleving spotgoedkope borrel achterover te slaan, liet geen enkele rechtgeaarde IJslander zich zo’n kans ontglippen. Soms liep dat fiks uit de hand en zopen ze zich helemaal klem aan belastingvrije drank op het vliegveld of in het vliegtuig. Onze official maakte daarop geen uitzondering.
Nadat ik hem met hulp van wat grondpersoneel in mijn auto had gehesen, kotste hij die nog even onder, maar uiteindelijk slaagde ik er in hem op zijn hoteladres af te leveren. Om 2 uur in de ochtend was ik weer thuis. De ochtend van de wedstrijd.
En om 6 uur weer op om onze official wakker te krijgen en in conditie te krijgen om te kunnen jureren. Toen ik om 7 uur bij het hotel aankwam werd ik opgewacht door de manager. Die laadde meteen de koffer van onze official in en vroeg mij of ik hem wilde meenemen en vooral niet meer terug wilde brengen. En of ik hem zelf maar van zijn kamer wilde halen.
Dat klonk behoorlijk onheilspellend en duidde niet op een hartelijke verstandhouding tussen hotel en hotelgast, dus spoedde ik mij naar de kamer van onze gast. Daar trof ik hem aan, zittend in de van de muur gebroken wastafel, in verongelijkt Iceland/Engels klagend over de kwaliteit van Nederlandse hotels.... ”met van die waanzinnig hooggeplaatste toiletten zonder stortbak en geen wc-papier ook”.
Van jureren kwam die dag dus helemaal niets terecht en in arrenmoede werd hij diezelfde middag maar weer op het vliegtuig naar Keflavik gezet. Pa Faber kreeg nog wel een flinke rekening van hotel Berg en Bosch.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten